Naar de huisarts - Netwerk Dementie Plus Noordwest Veluwe

lettergrootte

Voorbereidingen huisartsenbezoek:

Een huisarts bepaald meestal in korte tijd of er echt iets aan de hand is. Bekend is dat mensen met mogelijk dementie soms hun best doen om normaal te functioneren. De kans bestaat dat de huisarts dit niet doorziet. Daarom een aantal tips, voor als u (voor uzelf of voor een ander) naar de huisarts gaat met zorgen over dementie:

  • Maak een afspraak voor een lang consult en vertel waarvoor u komt.
  • Ga altijd met minimaal twee personen.
  • Bereid u voor door op papier te zetten wat u allemaal meegemaakt heeft, waarom u zich zorgen maakt. Geef dit lijstje aan de huisarts of lees het voor.
  • Indien de persoon met dementie niet mee wil, ga dan toch het gesprek aan met de huisarts. Vertel wat u ervaart, hoe het thuis gaat. Vraag de huisarts uw naaste uit te nodigen voor een consult of om op huisbezoek te komen.

De huisarts kan mogelijk niet in één consult constateren of er sprake is van een vorm van dementie. Gaat u gerust nogmaals indien u zich zorgen maakt.

Het onderzoek zelf:

Het onderzoek bestaat uit een lichamelijk onderzoek, er worden een aantal (geheugen) testjes gedaan en er zal worden gevraagd hoe het gaat in het dagelijks leven. Soms zal de huisarts u doorverwijzen naar de GGZ (Geestelijke Gezondheids Zorg) of een Geheugenpoli in een algemeen ziekenhuis of naar een specialist. Soms wordt een dementie verpleegkundige van de GGZ of van de thuiszorg gevraagd om op bezoek te gaan om een beeld te krijgen hoe het gaat. De arts wil ook de ervaringen horen van de naasten zoals partner of kinderen. Zij zien vaak als eerste de veranderingen.

Met de informatie uit deze diverse onderzoeken komt de arts tot een diagnose. Soms zal de diagnose ‘waarschijnlijk dementie’ gesteld worden, soms preciezer zoals ‘Ziekte van Alzheimer’ of ‘Vasculaire dementie’. Met de diagnose eindigt het onderzoek. Maar voor alle betrokkenen is dit een nieuw begin. Nu weten ze wat er aan de hand is. Soms is deze duidelijkheid een opluchting. Maar vaak wordt men zich ervan bewust dat de ziekte alleen maar erger wordt. Het is van groot belang dat u en uw naasten goede informatie krijgen over de ziekte, over de gevolgen, de toekomst en hoe hiermee om te gaan. Deze informatie en begeleiding kunt u krijgen van de huisarts maar ook van een speciale dementie verpleegkundige (voorheen de casemanager dementie geheten).

Als er geen medewerking is:

Mensen met (beginnende) dementie hebben hun eigen manier van omgaan met de ziekte en de beperkingen. Velen proberen zo goed mogelijk hun ‘normale’ doen vol te houden. Anderen worden verdrietig, angstig, isoleren zich, worden boos. Zoals iedereen heeft ook iemand met dementie het recht om zelf beslissingen te nemen.

Echter, mensen met dementie hebben vaak niet goed door wat er aan de hand is, hoe erg het is en hoe moeilijk het voor de naasten is hiermee om te gaan. Natuurlijk heeft u het beste met diegene voor. U zult daarom steeds vaker beslissingen voor hem of haar moeten nemen. Zo zult u wellicht degene zijn die de beslissing neemt om toch samen naar de huisarts te gaan. In een later stadium zult u deze bijvoorbeeld moeten motiveren naar dagactiviteiten te gaan of om hulp thuis toe te laten. Dat is vaak erg moeilijk en vraagt veel van de partner of kinderen.

Het is bijna niet mogelijk om hier algemene tips voor te geven. U kent de persoon het beste, maar soms zijn vreemde ogen meer dwingend. Vraag uw huisarts om hulp of vraag de huisarts een verwijzing te geven naar een dementie verpleegkundige  u mee te denken.