Naar de huisarts - Netwerk Dementie Plus Noordwest Veluwe

lettergrootte

Naar de huisarts

Als u uzelf, partner, vader, moeder, broer, zus of andere naaste verdenkt van dementie is het raadzaam om een afspraak te maken bij uw huisarts. In eerste instantie kan de huisarts beoordelen of er geen andere verklaring is voor de klachten die u hebt of ziet bij een ander. Mensen die depressief zijn of delirant kunnen ook geheugenklachten hebben. Ook overmatig alcoholgebruik, diabetes, schildklierproblemen kunnen soortgelijke klachten opleveren. Bloedprikken is vaak een goede manier om veel van deze zaken uit te sluiten.

Verwijzing

Het is belangrijk eerst lichamelijke oorzaken uit te laten sluiten door uw huisarts. Daarnaast merkt bijna iedereen die ouder wordt dat men minder snel op een naam of woord kan komen dan vroeger het geval was. Ook het vergeten van een verjaardag of de sleutels in de auto laten zitten zijn niet direct redenen om je zorgen te maken. Dit hoeft geen dementie te zijn, maar vergeetachtigheid die past bij de leeftijd.

Wanneer er geen lichamelijke oorzaak voor de klachten te vinden is kan de huisarts een verwijzing verzorgen naar een geheugenpoli van een algemeen ziekenhuis, GGz Centraal of Dimence. Hier wordt de diagnose dementie al dan niet vastgesteld. Een diagnose is belangrijk om de juiste hulp in te kunnen en mogen schakelen om er zodoende voor te kunnen zorgen dat men zo lang mogelijk thuis kan blijven wonen.

Voorbereidingen huisartsenbezoek

Voor een consult bij een huisarts staat gewoonlijk 10 minuten en de huisarts moet dus in korte tijd bepalen of er echt iets aan de hand is. Bekend is dat mensen met mogelijk dementie soms hun best doen om normaal te functioneren. De kans bestaat dat de huisarts dit niet in die korte tijd kan doorzien. Daarom een aantal tips, voor als u (voor uzelf of voor een ander) naar de huisarts gaat met zorgen over dementie:

  • Maak een afspraak voor een lang consult en vertel waarvoor u komt.
  • Ga altijd met minimaal twee personen.
  • Bereid u voor door op papier te zetten wat u allemaal meegemaakt heeft, waarom u zich zorgen maakt. Geef dit lijstje aan de huisarts of lees het voor.
  • Indien de persoon met dementie niet mee wil, ga dan toch het gesprek aan met de huisarts. Vertel wat u ervaart, hoe het thuis gaat. Vraag de huisarts uw naaste uit te nodigen voor een consult of om op huisbezoek te komen.

De huisarts kan mogelijk niet in één consult constateren of er sprake is van een vorm van dementie. Gaat u gerust nogmaals indien u zich zorgen maakt. Soms zal de huisarts een afspraak voor u plannen bij de POH (Praktijk Ondersteuner van de Huisarts) die aan de praktijk verbonden is.

Het onderzoek

Het onderzoek bestaat uit:

  • een lichamelijk onderzoek
  • een aantal (geheugen)testjes
  • een gesprek over hoe het gaat in het dagelijks leven. 

Met name het lichamelijk onderzoek is belangrijk om daarbij eventuele andere mogelijkheden van uw klachten uit te sluiten.

Doorverwijzing

Het kan zijn dat de huisarts u na het onderzoek doorverwijst naar een meer gespecialeerde instantie zoals de GGz (Geestelijke Gezondheidszorg), de Geheugenpoli (in een algemeen ziekenhuis) of een specialist. Vanuit de GGz en de thuiszorg kunnen er ook mensen bij u thuis langskomen om een beeld te krijgen hoe het gaat. Ook hierbij zijn de ervaringen van naasten zoals partner of kinderen erg belangrijk, zij zien vaak als eerste de veranderingen.

Met de informatie uit deze diverse onderzoeken komt de huisarts tot een diagnose. Soms zal de diagnose ‘waarschijnlijk dementie’ gesteld worden, soms preciezer zoals ‘Ziekte van Alzheimer’ of ‘Vasculaire dementie’. Met de diagnose eindigt het onderzoek.

Als de diagnose is gesteld, is de reactie van mensen erg verschillend. Voor de een stort de wereld in, voor de ander komt het als een logische verklaring voor al langer durende, steeds terugkerende problemen die voor ergenis en onzekerheid zorgden en geeft de diagnose een verklaring en enige rust. 

Als er geen medewerking is

Mensen met (beginnende) dementie hebben hun eigen manier van omgaan met de ziekte en de beperkingen. Velen proberen zo goed mogelijk hun ‘normale’ doen vol te houden. Anderen worden verdrietig, angstig, isoleren zich of worden boos.

Zoals iedereen heeft ook iemand met dementie het recht om zelf beslissingen te nemen. Echter, mensen met dementie hebben vaak niet goed door wat er aan de hand is. Ze ervaren niet altijd de ernst van de klachten, maar ook niet hoe moeilijk het voor de naasten is hiermee om te gaan. 

Als uw naaste met dementie niets wil en alles bagatelliseert zult u degene zijn die steeds vaker beslissingen moet nemen. Zo zult u wellicht degene zijn die de beslissing neemt om toch samen naar de huisarts te gaan. In een later stadium zult u bijvoorbeeld degene zijn die uw naaste moet motiveren om naar dagactiviteiten te gaan of om hulp thuis toe te laten. Dat is vaak erg moeilijk en vraagt veel van u.

Het is bijna niet mogelijk om hier algemene tips voor te geven. U kent de persoon het beste, maar soms zijn vreemde ogen dwingend en krijgen sneller of meer voor elkaar dan u zelf. Vraag uw huisarts om hulp of vraag de huisarts een verwijzing te geven naar een casemanager dementie die met u mee kan denken.